Dossier Groningen

‘Wees deel van de oplossing, dan heb je al veel gewonnen’

Het beeft in het noorden van ons land. De provincie Groningen en delen van Drenthe hebben te lijden onder de gaswinning die decennialang heeft plaatsgevonden. Woningen en gebouwen lopen schade op; burgers zijn ongerust. Het is een technisch, politiek én maatschappelijk probleem. De afdeling mijnbouwschade van CED staat er middenin en werkt – in opdracht van het Instituut Mijnbouwschade Groningen – mee aan een oplossing.

De geschiedenis van CED in Groningen gaat terug tot 2014. Toen werd na het eerste ingrijpen van de landelijke politiek het Centrum Veilig Wonen opgericht, waarvan CED mede-aandeelhouder was [zie kader]. Net als Projectdirecteur Frank van der Molen was Operationeel Manager Frank van Alphen er toen bij en nu nog steeds. ‘De verhoudingen zijn sindsdien wel veranderd’, vertelt Van Alphen. ‘Als CVW werkten we in opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Onze opdrachtgever nu is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) van de overheid. Samen met 3 andere expertise-bureaus beoordelen we de binnenkomende schademeldingen. We doen de opname, en de rapportage met oorzaak en calculatie. Op basis daarvan beslist IMG over de schade-uitkering aan bewoners.’

Werk met enorme impact

Het aantal schademeldingen vormt een aanhoudende stroom. Wekelijks komen er zo’n 700 nieuwe meldingen bij het IMG binnen; na een beving kunnen dat er enkele duizenden zijn. Daarnaast beoordeelt CED ook zo’n 20.000 oude, openstaande dossiers. ‘We moesten afgelopen maanden flink opschalen om bij te blijven én de achterstand in te halen,’ meldt Van Alphen. ‘Van 250 naar 500 rapportages per week.’ Naast de inzet van eigen CED-medewerkers worden hiervoor via nog eens tientallen bouwkundig experts extra geworven. ‘De eisen die IMG aan deze nieuwe experts stelt, zijn hoog,’ stelt Van Alphen. ‘Elke aanstelling moet worden goedgekeurd en bewoners mogen vragen naar de professionele achtergrond van hun ‘behandelaar’. Dit alles ter wille van de onafhankelijkheid en objectiviteit van de experts.’ Dan volgt nog een aanvullende opleiding: oudere experts volgen een aardbevingscursus bij het EPI-kenniscentrum van de Hanzehogeschool in Groningen en jongere kandidaten worden door CED zelf getraind, met veel aandacht voor het ‘menselijke aspect’ achter het schade-verhaal. Van Alphen vertelt: ‘Soms wonen mensen al jaren in een beschadigd huis en wordt dat volgens de huidige richtlijnen aangemerkt als een Acuut Onveilige Situatie. Dan moeten ze per direct hun huis uit; dat heeft enorme impact. Daar moet je je als expert bewust van zijn. We geven onze mensen ook mee: ‘Wees een deel van de oplossing, dan heb je al veel gewonnen.’

'CED realiseerde met een nieuwe teamindeling een grote verbeterslag in processen en productiviteit, zonder in te leveren op kwaliteit.'

‘Ja’ zeggen tegen elke uitdaging

De tijdsruk is hoog. De doorlooptijd van een dossier mag slechts enkele weken duren, inclusief opname, foto’s, toelichting én conclusie. De richtlijnen vanuit het IMG voor de rapportages veranderen geregeld en er is een fors aantal Key Performance Indicators (zoals First Time Right) waarop gestuurd moet worden. Ten slotte moet de inhoudelijke uniformiteit van de rapportages met de andere expertise-bureaus afgestemd en bewaakt worden. ‘CED is een grote partij,’ stelt Van Alphen. ‘Wij kunnen dit aan en durven ‘ja’ te zeggen tegen grote, nieuwe uitdagingen.’ Zo realiseerde CED bijvoorbeeld door een nieuwe teamindeling een grote verbeterslag als het gaat om processen en productiviteit, zonder in te leveren op kwaliteit. Van Alphen: ‘Elke rapportage wordt door een tweede expert nagelezen ter wille van het 4-ogenprincipe voor objectiviteit en gelijkwaardigheid; er staan dus altijd 2 handtekeningen onder een rapportage.’ Toen corona zijn intrede deed schakelde CED voor een deel van de schade-inspecties over op remote expertise (expertise op afstand), een succesvolle pilot die intussen ‘running business’ is geworden. En toen een van de partner-bureaus kampte met capaciteitsgebrek, richtte CED in het hoofdkantoor in Capelle een ‘Groningse hub’ in, waar een team van ervaren bouwkundigen de rapportages opmaken. ‘Op basis van de opnames en inspecties op locatie, zetten zij hun kennis in voor de juiste analyses,’ vertelt Van Alphen. ‘Dat brengt onze productie begin 2021 op 500 rapportages in de week…’

Aarde blijft zich roeren

Het werk in Groningen, zal nog jaren doorgaan, verwacht Van Alphen. ‘Langzamerhand zien we de schades wel veranderen. Er zijn geen scheuren meer van meters. De schades worden kleiner, zijn vaker cosmetisch. Ook de bevingen lijken minder in heftigheid en aantal. Maar het aantal schademeldingen blijft hoog, ook omdat er veel ‘achteraf meldingen’ zijn, van al langer geleden of van huizen waar we al eerder geweest zijn. Ook als straks de boringen stoppen zal het werk hier nog doorgaan… De aarde zal zich voorlopig blijven roeren hier in de regio.’

RECAP Groningen

Als gevolg van de gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) krijgt Groningen te maken met aardbevingsschades aan woningen en gebouwen. Aanvankelijk handelt de NAM deze schades zelf af. Op de vraag naar een meer onafhankelijke beoordeling wordt in 2014 het Centrum Veilig Wonen (CVW) opgericht, waarvan CED samen met Ingenieursbureau Arcadis aandeelhouder is. Behalve schadebehandeling in opdracht van de NAM, coördineert CVW ook de preventieve bouwkundige versterking van woningen. De twijfel over de rol van de NAM in de schadebehandeling blijft echter aanhouden. Daarom wordt de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen in het leven geroepen, met onafhankelijke leden benoemd door de regering. Sinds maart 2018 is de TCMG verantwoordelijk voor de afhandeling van de schademeldingen, en het vaststellen en uitkeren van de schadevergoedingen volgens de criteria ‘ruimhartigheid’, ‘rechtvaardigheid’ en ‘oog voor de menselijke maat’. In 2020 gaat TCMG op in het Instituut Mijnbouwschade Groningen. CED is één van de 4 expertisebureaus die eerst in opdracht van de TCMG en later van het IMG aardbevingsschades beoordeelt. Dit contract werd in het voorjaar van 2020 met nog eens twee jaar verlengd.

Wilt u meer weten over ons werk in Groningen? Of heeft u vragen of ideeën? Wij ontvangen uw feedback graag!