PANDEMIE


Repatriëren in tijden van ‘lock down’

Wanneer in maart van dit jaar het coronavirus een pandemie veroorzaakt, landen op slot gaan en vliegtuigen aan de grond komen te staan, verblijven er overal ter wereld nog ongeveer 200.000 Nederlanders. ‘Want Nederlanders zijn een reislustig volkje’, memoreert Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken droog. Velen worden door hun reisorganisatie naar huis gehaald. Maar langzamerhand stokt dit door de beperkingen die landen opleggen. Daarom slaan eind maart de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Infrastructuur, de verzekeraars (Verbond van Verzekeraars, SGR en ANVR), 4 luchtvaartmaatschappijen en 4 Nederlandse alarmcentrales de handen ineen. Met vereende krachten zullen ze Nederlanders die willen, repatriëren.

Taeco van Kampen, Teammanager bij SOS International, vertelt: ‘Op de speciale website waar gestrande reizigers zich konden registreren, stonden al snel na de bekendmaking 23.000 aanvragen! Van de vier meewerkende alarmcentrales kreeg SOS International de verantwoordelijkheid over Zuid-, Midden- en Noord-Amerika. We zijn natuurlijk bekend met uiteenlopende calamiteiten als busongevallen, aanslagen en natuurgeweld. Maar dit was ongekend. Hier ging het immers niet om 1 land of 1 locatie, maar om (bijna) de gehele wereld en in het geval van SOS International om 35 landen!’

Taaie materie

Van de 3.000 Nederlanders die vanuit Zuid-, Midden- en Noord-Amerika hulp vroegen, wist SOS International er 1.800 te bereiken; wie niet de eerste keer bereikt kon worden, werd een tweede keer gebeld. Uiteindelijk wilden er 1.200 naar huis en binnen een week was de eerste repatriëringsvlucht een feit: een speciale ‘calamiteiten’-Boeing 777 steeg met ongeveer 400 landgenoten op vanuit Peru. Toch bleek repatriëren in tijden van lock down taaie materie. In een maand tijd kwamen weliswaar 125.000 Nederlanders zelfstandig of via hun reisorganisatie naar huis en 5.600 Nederlanders via een alarmcentrale. Wereldwijd zaten er echter nog bijna 8.000 reizigers vast die óók naar huis wilden. Steeds vaker ging het om individuen, voor wie zelfs de reis naar de luchthaven een groot probleem bleek.

Voor mensen in nood

Van Kampen besluit: ‘Wij hebben chartervluchten geregeld vanuit onder andere Peru, Panama, Argentinië, Colombia, Suriname en Aruba, Ghana en Noord-Afrika. Daarnaast zijn er tientallen tickets geboekt op reguliere vluchten, die nog gingen, om mensen te laten terugkeren. Daarvoor pasten we de roosters bij SOS Internationaal voortdurend aan, zodat passagierslijsten konden worden afgestemd en contact kon worden onderhouden met reizigers voor gegevens, de reis naar de luchthaven en meer. Een arbeidsintensief proces met lange dagen, veel bellen, mailen, en afstemmen met ministeries en luchtvaartmaatschappijen. Maar dit is waar we als alarmcentrale voor zijn: mensen in nood ondersteunen!’

Repatriëren met passie…

AnneMarije Heijmink van SOS International was nauw betrokken bij de repatriëring van gestrande Nederlanders in coronatijd. Tot ’s avonds aan de keukentafel aan toe. Een persoonlijk relaas.

AnneMarije: ‘Het hele team van SOS International was betrokken bij de repatriëring, van de operationele afdelingen tot de planningsafdeling. Omdat ik buiten de normale hulpverlening trainingen en opleidingen verzorg, schreef ik voor deze collega’s direct een werkmethode voor het systeem van personenhulpverlening waarmee we zouden werken. Daarnaast maakten we capaciteitsscenario’s om de bezetting op peil te houden, óók bij de reguliere dossiers en opdrachtgevers.’ AnneMarije: ‘Toen we begonnen hadden we geen idee om hoeveel gestrande reizigers het zou gaan, maar binnen 24 uur waren er in onze regio al 1.000 meldingen en de dagen daarna bleven deze binnenstromen. Al deze Nederlanders hebben we gebeld om hun locatie, gezondheid en overige bijzonderheden te checken. Het moeilijkste was regelen dat ze op een vliegveld kwamen. Omdat er vaak maar 1 vliegveld per land open was, moesten sommigen eerst nog duizend(en) kilometers met bus of taxi afleggen, en onderweg slaapplaatsen regelen vanwege de avondklok.’ AnneMarije: ‘Nadat we onze eigen regio onder controle hadden, kregen we het verzoek te helpen bij West-Afrika. Eén van de luchtvaartmaatschappijen heeft daar in een rondvlucht zo’n 100 EU-burgers opgehaald uit Ghana, Guinee en Nigeria. In Marokko hadden zich ruim 4.000 Nederlanders gemeld voor repatriëring, terwijl alleen het vliegveld in Casablanca open was. Op verzoek van de Marokkaanse autoriteiten hebben we al deze landgenoten getraceerd om hun gegevens te verzamelen… paspoortnummers… geboortedata… En met medewerking van de lokale autoriteiten konden we uiteindelijk 8 vluchten uitvoeren.’ AnneMarije: ‘Op het luchtvaartnieuws – dat ik nauwkeurig volgde – las ik dat er een passagiersvliegtuig in Suriname vracht ging halen. We hebben toen de luchtvaartmaatschappij gevraagd enkele gestrande reizigers uit die regio mee te nemen. Efficiënt toch? Met als leuke bijkomstigheid dat mijn man, piloot bij deze luchtvaartmaatschappij, voor deze vlucht werd ingeroosterd. Zo kwam ons werk ineens naadloos samen. Bij vertrek vanaf de luchthaven in Paramaribo appte hij persoonlijk dat iedereen veilig aan boord was!’

Hoog bezoek

Minister Blok van Buitenlandse Zaken kwam langs bij de ANWB-alarmcentrale in Den Haag om zich door alle betrokkenen te laten informeren over de voortgang van de repatriëring. En koning Willem-Alexander liet zijn betrokkenheid blijken tijdens een bezoek aan de verantwoordelijke afdeling op het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Heeft u naar aanleiding hiervan opmerkingen, vragen of ideeën?

Wij ontvangen uw feedback graag!