1. Verzekeringsmarkt Brand:
een grote maar stormachtige markt

Property staat voor bezittingen: huizen, appartementen, bedrijfspanden, maar ook de spullen die zich hier bevinden. Al die bezittingen, klein of groot, hebben vaak een speciale betekenis: een huis dat als een veilig thuis voelt, een machine die essentieel is voor de continuïteit van een onderneming, een ring geërfd van een dierbare. Voor verzekerden is belangrijk dat de waarde van deze bezittingen beschermd is en behouden blijft.


Met dit nieuwe Trendrapport Property 2019 geven we een inkijk in de omvang van de schadelast in deze markt. We gaan in op de belangrijkste oorzaken achter deze schades, de trends over de afgelopen jaren en de nieuwste innovaties die ervoor zorgen dat gespecialiseerd schadeherstel waarde en zekerheid creëert in alle situaties.


De Brandverzekeringsmarkt bestaat uit verzekeringen voor schade aan woningen, gebouwen en hun inboedel en inventaris. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, zijn dit verzekeringen die allerlei soorten schades dekken: van water- en stormschade tot diefstal en inbraak.


De Brandmarkt bestaat uit een particulier en een zakelijk segment. Het particuliere segment wordt Brand Woonhuis genoemd en bestaat uit de bekende inboedel- en opstalverzekeringen. Meer dan de helft van het totale Brand premievolume, zo’n 54%, zit in het particuliere segment.


Het zakelijke segment is gericht op het verzekeren van bedrijfspanden, inventaris en machines. De zakelijke Brandmarkt is opgedeeld in Brand Bedrijven en Technische Verzekeringen. Brand bestaat uit producten zoals Inventaris/Goederen, Gebouwen en Bedrijfsschade. Technische Verzekeringen zijn meer gericht op de bijzondere risico’s bijvoorbeeld in de Industrie en de Bouw. Het totale premievolume in de Brandmarkt bedroeg in 2018 circa € 3,8 miljard. In termen van premievolume is binnen de schadeverze keringen alleen de Motormarkt groter (€ 4,9 miljard).

"Meer dan de helft van het totale Brand premievolume, zo’n 54%, zit in het particuliere segment."

Marktaandelen & bruto combined ratio

Net als op de Motormarkt zijn ook op de Brandmarkt vrijwel alle verzekeraars actief. Maar het is tegelijkertijd ook een sterk geconcentreerde markt. De grootste speler is Achmea, op de voet gevolgd door NN Group (de twee concerns schelen nauwelijks een procentpunt van elkaar in marktaandeel). Gezamenlijk zijn deze twee partijen goed voor maar liefst de helft van de volledige Brandmarkt. De verzekeraars die op de derde en vierde plaats komen zijn de ASR Groep (11%) en VIVAT (6%). Het verschil met de koplopers is dus groot. De resultaten van verzekeraars in de Brandmarkt zijn, in vergelijking met de andere branches, relatief goed. Een graadmeter voor het resultaat is de bruto combined ratio (BCR): de verhouding van de kosten en schadelast ten opzichte van het premievolume. Bij een BCR van 100% wordt elke euro premie die geboekt wordt uitgekeerd aan kosten en schadelast. Is de BCR lager, dan blijft er een marge over voor de verzekeraar.


Op basis van de statistieken van DNB is in figuur 1.3 de BCR voor de totale Brandmarkt berekend. Dan zien we dat de BCR de afgelopen jaren sterk schommelt: in 2016 maakt deze een sprong van +12% om in 2017 weer met -17% af te nemen. Voor 2018 zijn er vanuit DNB nog geen gegevens beschikbaar.


Wat opvalt is dat de kostenratio in de markt als geheel relatief hoog is gebleven. Dit ondanks de inspanningen van verzekeraars om kosten te besparen. De volatiliteit van de BCR heeft dus voornamelijk te maken met de schadelast. Bovendien zijn de premies in de markt, onder de druk van concurrentie, de afgelopen jaren slechts beperkt gestegen.


De Brandmarkt en extreem weer

Tegenover de hoge kostenratio en beperkte premiestijging staat dat het premievolume toeneemt en de gecombineerde ratio relatief laag is. De schommelingen in het resultaat van de markt worden gedreven door klimaatverandering. Nu extreme weersomstandigheden steeds vaker voorkomen, kampt de branche met een structurele uitdaging. Het afgelopen jaar (2018) is illustratief voor de relatie tussen de volatiliteit van de schadelast en het weer.


Trekken er in een jaar zware stormen over ons land, dan kan de schadelast in een keer een sprong maken. In ’rampjaar’ 2016 keerden verzekeraars in het eerste halfjaar naar schatting € 1,3 miljard aan schade uit: in 2018 was dit in dezelfde periode naar schatting € 1,4 miljard. Reden: zware stormen aan het begin van 2018. Die zorgden ervoor dat de schadelast in het eerste halfjaar meer dan 40% hoger uitkwam dan in dezelfde periode in 2017. Stichting Salvage zag in 2018 een toename van 175% in het aantal stormgerelateerde schademeldingen. De schade die de storm van 18 januari aanrichtte was enorm. Maar vervolgens bleef het rustig en heeft het gedurende de rest van het jaar niet meer zo hevig gestormd - iets wat sinds 2003 niet meer was gebeurd.


Figuur 1.1
Premievolume Brand (x € mln.)

Bron: Inschatting markttotaal o.b.v. DNB, Baken Adviesgroep

Figuur 1.2
Marktaandelen Brand 2017 (%)

Bron: DNB (Cijfers Individuele verzekeraars), Baken Adviesgroep

Figuur 1.3
Bruto gecombineerde ratio (%)

Bron: DNB (o.b.v. verzekeraars onder DNB-toezicht)

Figuur 1.4
Bodemvocht in Nederland 8 juni 2018

Figuur geeft het verschil in bodemvocht weer ten opzichte van een gemiddelde juni over de afgelopen jaren: hoe donkerder de regio hoe droger deze was.

Bron: VanderSat

In plaats daarvan kregen de schadebehandelaren in de zomermaanden met een ander uiterste te maken: droogte. De droogte in Nederland en het lage grondwaterpeil leidden tot schade aan funderingen en verzakkingen van gebouwen en huizen en zorgden voor verminderde gewasopbrengsten bij landbouwondernemers in met name Zuidoost-Nederland. Volgens VanderSat, een onderzoeksbureau dat het grondwater in Nederland bijhoudt, was 2018 een van de droogste jaren in de afgelopen 100 jaar.


Het resultaat in de Brandmarkt is dus onlosmakelijk verbonden met het klimaat. Weersextremen zoals zware stormen en lange perioden van droogte komen vaker voor en nemen in hevigheid toe. Dit leidt tot grote verschillen in schadelast tussen de jaren en heeft een directe impact op het resultaat van de verzekeraars in de branche.


De focus op schadelastbeheersing, preventie en een betrokken rol van het expertisecorps zijn elementen die meer en meer zullen moeten bijdragen aan een structureel resultaat op de stormachtige Brandmarkt.


Woningen & gebouwen

De ontwikkelingen in het aantal woningen en gebouwen zijn niet los te zien van de ontwikkelingen in de Brand verzekeringsmarkt. De woningen en inboedels van de Nederlandse huizen zijn immers bepalend voor de risico’s en claims van huishoudens in de Brand Woonhuis markt. Voor het zakelijke segment van de Brandmarkt is het aantal bedrijven en de bedrijfsgebouwen relevant. Figuur 1.5 tot en met figuur 1.8 geven de belangrijkste ontwikkelingen weer op het gebied van woningen en gebouwen.

Het aantal woningen in Nederland stijgt

Het aantal woningen in Nederland groeit in lijn met het aantal huishoudens. In 2018 zijn er 7,7 miljoen woningen ten opzichte van bijna 7,9 miljoen huishoudens. Jaarlijks neemt de woningvoorraad in Nederland met zo’n 60.000 woningen toe. Naast nieuwbouw van woningen zijn ook andere factoren bepalend voor de toename van de woningvoorraad, zoals sloop of bestemmingswijziging van gebouwen. Zo worden ieder jaar gemiddeld 11.500 woningen gesloopt.


Figuur 1.5
Huishoudens en woningvoorraad (x 10.000)

Bron: CBS, Baken Adviesgroep

Figuur 1.6
Nieuwbouwwoningen (x 1.000)

Bron: CBS

Figuur 1.7
Woningvoorraad eigendom
(x 1.000)

Bron: CBS

57% van alle woningen zijn koopwoningen

Het aantal nieuwbouwwoningen stijgt, maar bevindt zich nog altijd onder het niveau van 2009

Tijdens de crisis nam de productie van nieuwbouwwoningen flink af. In 2009 werden er nog 83.000 nieuwbouwwoningen neergezet. In de vijf jaar die daarop volgden, kelderde dit aantal naar een dieptepunt van 45.000 in 2014: een afname van 46%. Sindsdien zien we het aantal nieuwbouwwoningen weer toenemen. In 2018 waren dat er 66.000: nog steeds

minder dan tijdens de piek in 2009.

57% van alle woningen zijn koopwoningen

Nederland telde in 2018 7,7 miljoen woningen. Deze zijn onder te verdelen in 4,4 miljoen koopwoningen (57%), 2,2 miljoen huurwoningen in het bezit van woningcoroporaties (30%) en 1 miljoen huurwoningen in de private sector. Deze laatste categorie is de afgelopen vijf jaar het hardst gegroeid met zo’n 2,5% per jaar. Het aantal koopwoningen groeide in deze periode met zo’n 0,8% per jaar. Het aantal woningcorporatie woningen daalde met gemiddeld -0,1% per jaar.

Aantal gebouwen neemt in 2018 voorzichtig toe

Aantal gebouwen neemt in 2018 voorzichtig toe

Naast woningen zijn er in Nederland 1,1 miljoen nietwoningen: gebouwen met een specifieke gebruiksfunctie zoals kantoren, fabrieken, scholen en zwembaden. Deze niet-woningen worden hier gebouwen genoemd. Tot en met 2015 nam het aantal gebouwen ieder jaar toe met zo’n 23.000 panden per jaar. In 2016 kwam deze ontwikkeling plots tot stilstand: in dat jaar bleef het aantal gebouwen vrijwel gelijk en in 2017 daalde dit zelfs licht. Redenen hiervoor zijn onder andere minder nieuwbouw en meer sloop. De voorlopige cijfers voor 2018 wijzen erop dat deze trend slechts kortstondig was: het aantal gebouwen groeide in 2018 met iets meer dan een half procent tot 1,13 miljoen.


'Jaarlijks groeit de woningvoorraad met zo’n 60.000 woningen in Nederland.'

Veranderende bestemmingsfuncties en leegstand spelen een grote rol

Het hoge aantal faillissementen van bedrijven in de crisisjaren heeft geleid tot veel leegstand in zakelijke gebouwen. In 2007 stond 5,4% van al de winkeloppervlakte in Nederland leeg: negen jaar later was dit bijna verdubbeld tot 10,2%. Deze sprong is niet alleen het gevolg van de crisis maar ook het bewijs van de impact van e-commerce op de winkelstraten. Onder de kantooroppervlakte was een vergelijkbare trend te zien: van 10,7% leegstand in 2007 naar een piek van 17,5% in 2015. Niet alleen bedrijfsfaillissementen, maar ook andere structurele factoren spelen hier een rol. De concentratie van bedrijven in de grote steden en de populariteit van concepten zoals thuisen flexwerk zorgen voor grote regionale verschuivingen in de vraag naar kantoorruimte. Pas de afgelopen drie jaar is de leegstand van gebouwen weer aan het afnemen. Desondanks is de leegstand in 2018 voor zowel winkels als kantoren bijna 1,5x zo groot als in 2008.

In de strijd tegen deze leegstand wordt veel gebruikt gemaakt van het veranderen van de bestemmingsfunctie van gebouwen. De woningmarkt is booming en huur- en koopprijzen stijgen. De aanhoudende vraag naar woningen maakt het gunstig om bedrijfsgebouwen te laten transformeren tot woningen. Bedrijfsgebouwen zoals kantoren, winkels en industriepanden worden de afgelopen jaren steeds vaker omgezet naar woningen. In 2017 werden in Nederland op deze manier 1.900 gebouwen omgezet naar 7.500 woningen. De helft van deze gebouwen waren oorspronkelijk kantoorpanden en winkels.

Figuur 1.8
Aantal gebouwen (x 1.000)

Bron: CBS, Baken Adviesgroep

Figuur 1.9
Percentage leegstand in m2

Bron: Locatus, Bak, PBL, NVM, Baken Adviesgroep

Heeft u naar aanleiding hiervan opmerkingen, vragen of ideeën?
Wij ontvangen uw feedback graag!